Tijdens het koppelen van sensoren moet u een beveiligingstype ingeven. Het beveiligingstype bepaald de opvolging van alarm na detectie:
Beveiligingstype "0"
Volledig geactiveerd. De sensor wordt alleen geactiveerd als het systeem is ingeschakeld. Deze sensor wordt niet gebruikt in de gedeeltelijk geactiveerde modus. Wanneer de sensor wordt geactiveerd, gaat het alarm onmiddellijk af, zonder een vooraf ingestelde vertraging.
Beveiligingstype "1"
Gedeeltelijk geactiveerd en volledig geactiveerd. De sensor wordt geactiveerd wanneer het systeem geheel of gedeeltelijk is geactiveerd. Wanneer de sensor wordt geactiveerd, gaat het alarm onmiddellijk af zonder vooraf ingestelde vertraging.
Veiligheidstype "2"
Volledig geactiveerd + vertraging. Hetzelfde als veiligheidstype "0". Het alarm klinkt na een vooraf ingestelde ingangsvertraging. Deze wordt voornamelijk gebruikt voor de hoofdingang om te voorkomen dat het alarm per ongeluk wordt geactiveerd door de gebruiker.
Beveiligingstype "3"
Gedeeltelijk geactiveerd en volledig geactiveerd + vertraging. Hetzelfde als Veiligheidstype "1". Het alarm klinkt na een vooraf ingestelde ingangsvertraging.
Beveiligingstype "4"
24-uurs inbraak. De sensor activeert onmiddellijk een alarm ook als het uit staat. Dit wordt normaal gesproken gebruikt, om gebieden te beschermen tegen ongeoorloofde toegang, bijvoorbeeld een kluis of een elektrische onderhoudsruimte.
